|
|
|
Beginners Niveau
Hieronder wordt per vaardigheid aangegeven waartoe een taalgebruiker met beginners niveau in staat is.
|
Luisteren
|
Ik kan vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die mezelf, mijn familie en
directe concrete omgeving betreffen, wanneer de mensen langzaam en duidelijk spreken.
|
|
Lezen
|
Ik kan vertrouwde namen, woorden en zeer eenvoudige zinnen begrijpen,
bijvoorbeeld in mededelingen, op posters en in catalogi.
|
Spreken
-productie-
|
Ik kan eenvoudige uitdrukkingen en zinnen gebruiken om mijn woonomgeving
en de mensen die ik ken, te beschrijven.
|
Spreken
-interactie-
|
Ik kan deelnemen aan een eenvoudig gesprek, wanneer de gesprekspartner bereid is om zaken in
een langzamer spreektempo te herhalen of opnieuw te formuleren en mij helpt bij het formuleren
van wat ik probeer te zeggen. Ik kan eenvoudige vragen stellen en beantwoorden die een directe
behoefte of zeer vertrouwde onderwerpen betreffen.
|
|
Schrijven
|
Ik kan een korte, eenvoudige ansichtkaart schrijven, bijvoorbeeld voor het zenden van
vakantiegroeten. Ik kan op formulieren persoonlijke details invullen, bijvoorbeeld mijn naam,
nationaliteit en adres noteren op een hotelinschrijvingsformulier.
|
|
|